Er was eens een vrouw en die woonde met haar zoon in een dorp. Haar man was een aantal jaar geleden plots overleden.. 0ok haar dochtertje had ze jong verloren en ze droeg een groot verdriet in haar hart. Ze stonden er alleen voor maar hadden elkaar. Ze waren niet arm en niet rijk. Er was geen overvloed maar ook geen honger. Toch was het leven goed zo samen met haar zoon.
Op een dag bracht haar zoon een mooi meisje mee naar huis. Hij was dolverliefd en al gauw, zoals dat ging in die tijd, waren ze verloofd en getrouwd. De moeder was blij voor haar zoon. Ze zag hoe gelukkig hij was.
Maar het knaagde ook aan haar hart. Hij had nu veel minder tijd en aandacht voor haar, hij keek alleen naar zijn mooie jonge vrouw.
En ze werd jaloers en bitter. Het meisje leek wel elke dag mooier te worden. En daarnaast was ze ook vriendelijk en slim. “Hoe is het mogelijk?”, dacht de vrouw, “dat iemand zo knap slim en ook nog mooi is? “ ”Er komt vast tovenarij aan te pas. Misschien is ze wel een heks en heeft ze mijn zoon betoverd”.
De vrouw werd steeds sacherijniger en bespioneerde het meisje stiekem.
Ze zag hoe ze elke ochtend voor spiegel met een handdoek haar gezicht waste. “Dat is vast het geheim”, dacht de vrouw, “die handdoek maakt haar elke dag mooier en knapper”.
Op een dag toen het meisje naar haar werk was op het veld, ging de vrouw naar de spiegel. Ze keek naar haar eigen gezicht met haar huid als een gerimpeld appeltje. Ze aarzelde geen moment en pakte de waterkan en de handdoek en waste haar gezicht. Ze keek in de spiegel.
Maar, Oh nee!!! Tot haar schrik zag haar gezicht er nog gerimpelder, gevlekter en ouder uit dan het al was. Nogmaals waste ze haar gezicht en keek in de spiegel en nu was haar gezicht veranderd in een afschuwelijke, lelijke, gerimpelde apenkop. Afgrijselijk. Ze schrok. Ze huilde en sloot zich wanhopig op in haar kamer en schaamde zich diep. Hoe moest ze nu ooit nog de mensen onder ogen komen?
De schoondochter kwam ’s avonds thuis van haar werk en zocht haar schoonmoeder. Ze hoorde gesnik achter de deur en klopte aan. De schoonmoeder schaamde zich zo dat ze eerst niets wilde vertellen. Maar kwam tenslotte tevoorschijn en het meisje had medelijden.
“Lief moedertje Ik ga voor jou naar de oude vrouw aan de rand van het dorp om raad vragen”. “Nee niet doen”, sprak de vrouw “dat is een heks, je weet wat ze over haar zeggen.”
“Ach, laat ze kletsen” zei het meisje en ging toch op pad. Bij de oude wijze vrouw aangekomen vertelde ze het hele verhaal. De wijze vrouw luisterde aandachtig en zei: “Ze zal toch echt zelf naar me toe moeten komen. Laat haar hier komen dan zal ik zien wat ik kan doen.”
‘S avonds toen het donker was ging de vrouw, met hulp van de schoondochter, met een grote doek over haar hoofd, snel naar het huisje aan de andere kant van het dorp. Ze hoopte dat geen van de buren haar had gezien. ze was bang en haar hart klopte in de keel maar ze was zo wanhopig dat ze ook niet wist wat ze anders moest doen.
Ze klopte aan en de wijze vrouw ontving haar hartelijk. “Luister ”sprak ze “je bent hier welkom. Als je hier zeven maanden lang precies doet wat ik zeg zul je daarna verlost zijn van deze apenkop”.
En zo gezegd zo gedaan. Het viel niet mee want de vrouw moest alle vieze en smerige klusjes doen die er te vinden waren. Ze moest aan het werk bij de wijze vrouw. Ze moest de varkenshokken legen, de stal uitmesten, de wc schoonmaken, de beerput legen, de mest rieken en de vieze restjes van het fornuis afkrabben. En het leek wel alsof het vuil direct weer aangroeide wanneer ze zich omdraaide. In het begin klaagde en jammerde de vrouw degod ganse dag. Maar langzamerhand begon haar houding te veranderen en begon ze er plezier in te krijgen om de dingen schoon en fris te maken, en het ging haar ook steeds sneller af. Het huisje, de tuin, het fornuis, en zelfs de varkens glommen en straalden dat het een lieve lust was.
En toen de zeven maanden om waren liet de oude vrouw haar haar gezicht wassen en in de spiegel kijken. Daar zag ze haar oude vertrouwde gezicht met de rimpeltjes als een oud appeltje. Maar haar ogen straalden als twee glanzende sterren, en het leek wel alsof haar hele gestalte een zacht licht gaf.
“Ga nu naar huis” zei de wijze oude “en je weet wat je te doen staat.”
De vrouw ging naar huis en sprak haar dankbaarheid uit naar de schoondochter en liet hen weten dat zij verderop een klein huisje zou gaan betrekken.
Zogezegd zo gedaan, ze betrok een eenvoudig klein huisje aan de rand van het dorp. Sinds die tijd sprak ze geen kwaad woord meer over iemand anders. Ze dacht ze zelfs niet meer. Mensen kwamen van heinde en verre om naar haar raad en advies te luisteren Ze werd een persoon van aanzien en met haar wijsheid en liefdevolle kracht begon ze recht te spreken.
En zo werd zij een vrouwelijke raadsvrouwe, en wist ze het dorp voor menig crisis te behoeden. .