Kleine dromen in een donker bos

We zitten met zijn allen in een situatie die we niet hebben gekozen, er worden ons regels en beperkingen opgelegd. Alle houvast die we een paar weken geleden nog hadden wordt onder onze voeten weggemaaid, en de toekomst is onzeker. Veel is stilgevallen, gelukkig lijken we een weg te vinden in de sociale isolatie en velen vinden creatieve ingangen via beeldbellen of brieven schrijven en ervaren zo toch een zekere mate van verbinding. Sommige van ons balanceren tussen hoop en vrees en proberen overeind te blijven, anderen ervaren dit als een retraite, en vele zorgverleners staan in de overlevings-stand. Die hebben eenvoudigweg geen tijd om tot verwerking of bezinning te komen.  We weten niet hoelang dit gaat duren en welke impact dit uiteindelijk echt gaat hebben. We bevinden ons in een ‘niet weten’, in een situatie die overgave en een uithouden van onzekerheid van ons vraagt. We betreden ons op onbekend terrein en proberen daarbij ook ons gezonde oordeelsvermogen niet te verliezen…….

In wezen zitten we met zijn allen in een drempel-tijd, kanteltijd, tussentijd….  We zijn als het ware aan het dwalen in het grote onbekende donkere bos op zoek naar een lichtje, naar een huis. Zoals Hans en Grietje en klein Duimpje verdwaald zijn en op zoek zijn naar de weg terug naar huis. Of zoals Sneeuwwitje zoekt naar een veilige haven op vlucht voor haar moordzuchtige stiefmoeder. We bevinden ons in een schemergebied tussen twee werelden. Je kunt dit als een passage of overgangstijd zien. Deze tussentijd komt voor in vele oude verhalen. Bijvoorbeeld bij de Odysseus verhalen. Odysseus is jaren onderweg naar huis, Ithaka, met zijn schip en bemanningsleden. Maar wordt voortdurend afgeleid door uitdagingen en beproevingen die de goden hem onderweg opleggen….. Of zoals Parcival die een groot deel van zijn leven aan het ronddwalen is….op zoek naar de heilige graal…

Het verblijf in deze passage, dit onbekende land, roept verwarring, onzekerheid en angst op. En vraagt tegelijkertijd een proeve van ons vertrouwen, moed en doorzettingsvermogen. Onze mogelijkheid om de essentie te zien, te ontdekken wat van wezenlijke waarde is en wat niet, wat echt is en wat illusie is,  wordt tot het uiterste getest…..In dit perspectief kun je onze huidige situatie zien als een beproeving, als een weg tot inwijding, tot het vinden van inzicht en licht in de duisternis…

Van de week las ik een mooi interview met Stef Bos in de trouw, hij haalt daar een gezegde aan van de Bushmen: God is de grote droom die in alle kleine dromen van de mensen woont.

Dat doet me letterlijk denken aan de tekst van Etty Hillesum: “Wellicht moet jij niet ons helpen, maar moeten we jou helpen God, om jou op te graven in de geteisterde harten van de mensen”

We hebben grote dromen nodig in ons leven, die ons in hun verhaal inspireren en meenemen, om daarmee onze eigen dromen te ontdekken. Juist nu, juist in deze tijd. Als je de verwondering en je dromen verliest stopt je leven.

Deze tussentijd is niet maakbaar, dit vraagt een mate van overgave zonder ons gezond verstand te verliezen. Er is een groot verschil tussen alerte overgave waarmee je je pad volgt, accepterend maar wel wakker voor wat komen gaat en de juiste beslissingen te nemen, en een lamgeslagen onverschilligheid.

Van de week kreeg ik een mail van een van mijn studenten, die op de IC werkt. Zij is studente bij de opleiding tot Geestelijk Begeleider aan de Academie voor Geesteswetenschappen waar ik als tutor werkzaam ben. Zij vertelde mij hoe vreselijk moeilijk het is om de familie thuis zo weinig te kunnen bieden. Want hoe kun je hiermee omgaan op het moment dat je geliefde; man of vrouw, vader of moeder of kind, doodziek in het ziekenhuis belandt, of zelfs op de IC. Hoe ga je hiermee om als hij/zij aan het vechten is voor zijn/haar leven? Of in het stervensproces belandt terwijl je niet fysiek bij diegene aanwezig mag zijn? Hoe houd je dit in Godsnaam uit terwijl jezelf alleen thuis moet blijven? Terwijl je niet de hand van jouw doodzieke geliefde mag vasthouden, geen zachte en troostende woorden kunt spreken, geen bemoediging kunt fluisteren?

Vanuit mijn luxepositie thuis, veilig en ver weg van deze schrijnende situatie is het natuurlijk erg makkelijk om mooie filosofische en spirituele beschouwingen te houden. Ik weet werkelijk niet hoe ik zelf zou reageren als mij dit zou overkomen. Zou ik dan de trui van m’n lief aantrekken en in gedachten voor hem zingen en bidden? Zou ik alleen maar hartverscheurend kunnen huilen en gillen? Zou ik totaal bevriezen uit wanhoop? Zou ik al m’n vrienden mobiliseren om op hun manier goede intenties te sturen? Zou ik heel kalm worden of hysterisch? Ik weet het werkelijk niet. Ik kan hierin ook geen advies geven, want elk advies zou schijnheilig en misplaatst zijn, zou als een leeg cliché worden….

Zo kan ik alleen de hoop uitspreken dat wij met elkaar uiteindelijk moed vinden om verder te gaan, op ons pad, om de weg naar ons thuis te vinden. En onderweg worden waarschijnlijk monsters verslagen, heksen verbrand, wordt er in slaap gevallen en wakker gekust, word je betoverd en onttoverd, vinden er waarschijnlijk gedaanteverwisselingen plaats en ontsnappingen uit torens en wolvenbuiken …
En er zullen onderweg helden sneuvelen, niet iedereen komt ongeschonden aan.

Ik kan dat verlies niet wegnemen, ik kan dat onmogelijk verzachten of goedpraten. Ik weet alleen, dat als er mensen zijn die onderweg hun droom niet verliezen, die ergens hun vertrouwen en licht weten te behoeden, dat dat een uitstralende werking kan hebben. En dat dat soms een heel klein beetje licht kan laten schijnen op het duistere pad van anderen.

Het doet me denken aan het scheppingsverhaal van het manicheïsme dat Christine Chruwez mij ooit vertelde in een workshop. Het duister is zo aangetrokken door het licht dat het de lichtwereld aanvalt, dat het de lichtwezens opeet en verslind. Daarmee eten sommige duistere wezens zoveel licht dat ze zelf bijna helemaal in lichtwezens transformeren. Uiteindelijk heeft het duister een grote honger naar het licht.

Laten we daarom proberen, juist voor de mensen die nu door hun duisterste periode gaan, die alleen en verdwaald in het donkere gruwelijke bos lopen, het licht te behoeden. Zodat het duister wellicht een beetje lichter kan worden. God op te graven in onze en andermans harten, onze eigen dromen te koesteren en, ons in Licht en Liefde te verbinden met elkaar…Of je dat nu doet in meditatie, gebed, ritueel, poëzie, gezang of overpeinzing… .

“Waarachtig, als er iets is dat we altijd kunnen doen om elkaar, en het grotere geheel te steunen,  is het dit.”

 

Lieke Deelstra

1-4-2020
(met dank aan Marijke Sies)